Toegang via plug-ins tussen bestanden beheren

Vanaf versie 19.2.1 bieden uitgebreide privileges die beginnen met fmplugin een manier om te bepalen of FileMaker-plug-ins die in het ene bestand worden aangeroepen toegang hebben tot een ander bestand. Dankzij dit uitgebreide privilege kunt u de beveiliging verbeteren door te voorkomen dat er door ongeautoriseerde bestanden bepaalde bewerkingen aan uw bestand worden uitgevoerd via een ingeschakelde plug-in.

Plug-ins kunnen externe functies en externe scriptstappen bieden die in een bronbestand kunnen worden aangeroepen om met een doelbestand te kunnen werken. Een uitgebreid fmplugin-privilege beïnvloedt plug-ins die een van de volgende bewerkingen op een doelbestand willen uitvoeren als de bron- en doelbestanden verschillend zijn:

  • een script op naam uitvoeren
  • een SQL-instructie uitvoeren

De lijst met uitgebreide privileges wordt gescand volgens de volgorde die wordt weergegeven op het tabblad Uitgebreide privileges in het dialoogvenster Beveiligingsinstellingen. Als het doelbestand geen uitgebreide privileges bevat die beginnen met "fmplugin" (niet hoofdlettergevoelig), kunnen de bovenstaande bewerkingen normaal worden uitgevoerd. Anders stopt het scannen bij het eerste uitgebreide privilege dat een van de volgende namen of tekenreeksen bevat:

  • fmplugin
  • fmpluginXXXX waarin XXXX overeenkomt met de uit vier tekens bestaande ID van de plugin (hoofdlettergevoelig)

Als de huidige set privileges van de account een overeenkomend, uitgebreid fmplugin-privilege bevat, kunnen de bovenstaande bewerkingen normaal worden uitgevoerd. Anders worden de bron- en doelbestanden gecontroleerd om te zien of ze zijn geautoriseerd voor wederzijdse toegang (zie Toegang verlenen tot bestanden). Indien ze geautoriseerd zijn, kunnen de bovenstaande bewerkingen normaal worden uitgevoerd.

Als de bestanden niet geautoriseerd zijn en aan de volgende voorwaarden wordt voldaan, wordt de gebruiker gevraagd om de bestanden te autoriseren voor wederzijdse toegang:

  • de plug-in wordt uitgevoerd in een FileMaker-product dat een gebruikersinterface kan weergeven
  • de huidige account heeft privileges voor volledige toegang

Als de gebruiker de bestanden autoriseert, kunnen de bovenstaande bewerkingen voortaan normaal tussen de bron- en doelbestanden worden uitgevoerd, ongeacht het type uitgebreide privileges dat het doelbestand bevat. Als de bestanden niet zijn geautoriseerd (omdat de gebruiker dit heeft geweigerd of omdat het FileMaker-product geen gebruikersinterface weergeeft), wordt er een fout geretourneerd voor de bewerking die de plug-in wil uitvoeren.

Vanaf versie 19.2.1 is fmplugin aanwezig in de lijst met uitgebreide privileges in nieuwe bestanden, maar niet in bestaande bestanden. U kunt echter desgewenst fmplugin toevoegen aan bestaande bestanden. Zie Uitgebreide privileges maken en bewerken.

Voor accounts waarvoor plug-ins nodig zijn om de bovenstaande bewerkingen in geautoriseerde bestanden uit te voeren, moet u een uitgebreid fmplugin-privilege toevoegen aan de sets met privileges die aan die accounts zijn toegewezen. Raadpleeg Uitgebreide privileges bewerken voor een privilegeset.