Objecten beveiligen tegen wijzigingen

Door objecten te vergrendelen, voorkomt u dat ze worden gewijzigd, verplaatst, bewerkt of uit de lay-out worden verwijderd.

Zo vergrendelt u objecten in een lay-out:

  1. Selecteer in de lay-outmodus de objecten die u wilt vergrendelen.
  2. Klik in het infovenster op het tabblad Positie Positie.
  3. Klik in het onderdeel Ordenen en uitlijnen op Vergrendelen Knop Vergrendelen.

    De handgrepen van elk geselecteerd object worden gewijzigd in Vergrendelde handgreep van object om aan te geven dat het object is vergrendeld.

Zo ontgrendelt u objecten:

  • Selecteer de vergrendelde objecten en klik dan op Ontgrendelen Knop Ontgrendelen.

Opmerkingen 

  • Door een veld in de lay-outmodus te vergrendelen, voorkomt u niet dat de informatie wordt gewijzigd in de bladermodus. Raadpleeg Beveiliging beheren voor meer informatie over het beveiligen van gegevens.
  • Wanneer u een vergrendeld object kopieert of dupliceert, is de kopie niet vergrendeld.
  • De stapelvolgorde van vergrendelde objecten kan nog steeds worden gewijzigd. Raadpleeg Objecten ordenen.
  • U kunt vensterbesturingselementen vergrendelen.
    • Objecten op vensterbesturingselementen worden alleen vergrendeld als u het vensterbesturingselement vergrendelt.
    • Wanneer u een schuifbesturingselement vergrendelt, kan de positie en het uiterlijk ervan niet worden gewijzigd. U kunt wel wijzigingen maken in het dialoogvenster Schuifbesturingselementinstellingen.
  • Wanneer u een knop, knoppenbalk of popover-knop vergrendelt, kunt u de positie en het uiterlijk ervan niet wijzigen. U kunt wel wijzigingen maken in het dialoogvenster Knopinstelling, Instellingen van knoppenbalk of Instelling van popover-knop.
  • U kunt vergrendelde objecten niet zodanig instellen dat de grootte ervan automatisch wordt aangepast wanneer de grootte van het venster wordt gewijzigd. Raadpleeg Opties instellen voor de automatische formaatwijziging van lay-outobjecten.